
Ik vind het een eer voor mijn vaderland te mogen sterven. Joseph vermoord op st. Laurentiusdag, 10 Augustus 1944.

Geboren in 1919, op 4 augustus 1944 werd hij vermoord. Hij is 25 jaar geworden.

Bidprentje van Gerardus Bouwman geboren 1908 vermoord in de nacht voor de bevrijding op 16 september 1944 en Martinus Broeren geboren in 1918 en op dezelfde dag vermoord in Vught. Zij zijn 36 en 26 jaar geworden.



Zeker de eerste maanden was het bewaringskamp Vught voor collaborateurs en landverraders een strafkamp waar de Nederlandse stoottroepen bepaald niet zachtzinnig met de gevangenen omsprongen.

Volgens zuster Hulsman geschikt te worden ingericht als sanatorium voor TBC-patiënten.

Uit de omgeving van vught zijn deze schilders afkomstig. Ze helpen mee aan de bouw van het kamp.

Vertrek van de geïnterneerden (Indische gijzelaars) vanuit de Ruwenberg naar KL Vught op 6 september 1944, de dag na Dolle Dinsdag. Tijdens de chaotische momenten van Dolle Dinsdag besluiten de Duitsers het concentratiekamp Vught te evacueren. Op 5 september 1944 is al een groep mannelijke Schutzhäftlinge in goederentreinen naar Sachsenhausen gevoerd. Op 6 september volgt een tweede groep; in totaal worden 2.880 mannen naar Sachsenhausen gebracht, de 653 vrouwen gaan naar Ravensbrück. Na de massale ontruiming blijven alleen nog de gijzelaars achter. Nog op dezelfde 6 september dat het laatste transport de poort verlaat, arriveren ongeveer tweehonderd gijzelaars uit St. Michielsgestel en Haaren. Lang zullen zij niet blijven want een week later, op 13 en 14 september, worden alle gijzelaars vrijgelaten of overgeplaatst naar Kamp Amersfoort.

Na het vertrek van de Duitsers werden NSB-ers en andere colloborateurs gevangen genomen in kamp Vught.

Kamp Vught had ook een afdeling waar wrakstukken van vliegtuigen werden gesloopt.

Geboren op 10-08-1902, omgebracht in kamp Vught op 20-01-1943. 31 jaar geworden.

In 1942 begon de Duitse bezetter met de bouw van het kamp Vught, dat zij Konzentrationslager Herzogenbusch noemden. Kamp Vught werd gebouwd naar het voorbeeld van de concentratiekampen, die de Duitsers eerder bouwden in Duitsland en geannexeerde gebieden. Toen de eerste gevangenen uit kamp Amersfoort aankwamen in Vught was het kamp nog niet klaar, de gevangenen werden te werk gesteld om het kamp zo snel mogelijk af te maken..

Links achterin is de oude herberg 'De Engel' te zien. (witte gebouw)

1951, een gedeelte van Kamp Vught ging dienst doen als gevangenis. Tralies, mensen in kooien. tijdens de oorlog bedreven de duitsers in Vught hun mensonterende wandaden. Nu zitten zij hun straf uit op de plaats, waar ze zovele goede Nederlanders de dood hebben ingejaagd. Doch ook zij worden door de Nederlandse overheid naar de maatstaven der menselijkheid behandeld.

Gevangenen zelf breken de muren in de barakken af. Hier zullen cellen verrijzen. een deel van het etmaal moeten zij zich terug kunnen trekken uit de gemeenschap, waarin zij overdag bij het werk verkeren.

De gevangene mag niet het contact met thuis verliezen. Eenmaal per maand mogen de delinquenten in Vught een uur bezoek hebben of om de twee weken een half uur. Ze mogen met hun bezoeker door het park wandelen onder geleide van een bewaker, die zich op de achtergrond houdt. Snoep en sigaretten mogen niet worden meegebracht. Die moeten ze zelf verdienen door hun arbeidsprestatie.

Een hoekje van het centrale ziekenhuis in Vught. Een tbc patiënt heeft zich toegelegd op de kunstnijverheid. Hij maakt poppetjes, waarbij een vrouwelijke officier van het Rode Kruis hem terzijde staat. Niets herinnert hier aan het gevangenisleven. Er zijn geen tralies voor de ramen en op het nachtkastje staan bloemen en portretjes van thuis.

Begin september 1944 vonden de laatste massale executies plaats op de fusilladeplaats, even buiten kamp Vught. In die maand alleen al werden 142 verzetsstrijders vermoord. Vervolgens werd het kamp ontruimd. De jongste gevangene die in Vught wordt geëxecuteerd, is Jan Herberts. Jan is een sportieve en populaire jongen, hij voetbalt bij Vitesse. Samen met vrienden vormt hij een kleine verzetsgroep. Op 30 augustus 1944 gaat het mis. Jan wordt gearresteerd bij zijn grootouders. Hij wordt opgesloten in de kampgevangenis. Op 2 september 1944 wordt Jan 18 jaar. De volgende avond wordt hij uit zijn cel gehaald en op de fusilladeplaats bij het kamp dood geschoten. Hij is 18 jaar geworden.

linksboven: Simon Koster (overleden in Auschwitz op 17/09/'42), rechtsboven: Rabecca Pemina Vorst (overleden in Auschwitz op 26/03/'43), linksonder: Dora Fresco (opverleden in Sobibor, via Vught, op 16/07/'43), rechtsonder: Rosalie van Baalen (overleden in Vught op 12/04/'43).
Ik zal me even voorstellen ik ben Boudewijn Reijenga en ik verzamel geruime tijd oude ansichten en artikelen m.b.t. Vught. Ik ben geboren in Vught vandaar mijn interesse voor de geschiedenis voor deze plaats. Ik heb de ansichten zelf verzameld, voor de teksten heb andere bronnen geraadpleegd. Heeft u nog oude ansichten of knipsels en wilt u deze ruilen of verkopen dan hoor ik het graag. Ook ben ik geïnteresseerd in verhalen m.b.t. de geschiedenis van Vught.

Op 16 januari 1943 kwam ook het eerste transport joden naar Vught. De groep bestond uit ruim vierhonderd mannen, vrouwen en kinderen uit de Hollandsche Schouwburg, de verzamelplaats van Joden in Amsterdam. Zij hadden voorlopige ´vrijstelling´gekregen van deportatie omdat zij nog ´bruikbaar´waren voor het arbeidersproces. ´Gesperrt´noemde de nazi´s dat in die tijd. Veel had de bureaucratische maatregel niet om het lijf. Zij allen zouden vanuit Vught worden doorgestuurd naar de vernietigingskampen in Polen. Een paar weken later al, eind januari 1943, vond het allereerste transport plaats. Onder deze eerste groep joodse gevangen viel ook het eerste slachtoffer van kamp Vught. Een tachtigjarige man kon het marstempo vanaf het station niet bijhouden en zakte onderweg in elkaar. Als enige van alle doden van concentratiekamp Vught werd zijn lichaam bijgezet op de joodse begraafplaats. Alle andere slachtoffers zouden binnen het kamp zelf worden begraven. Later, toen er in kamp Vught een crematorium was gebouwd, werden ook hun lichamen alsnog verast. De as werd verstrooid achter het crematorium.

In de noord-oosthoek van het kamp vindt men het Krematorium. Daar werden de overleden gevangenen, dus ook de geëxecuteerden, gecremeerd. Er zijn nu nog te zien twee vaste crematieovens en één verplaatsbare oven, om buiten te cremeren. In het Krematorium werden tevens voorgeschreven secties verricht in een snijkamer. In dit gebouw heeft verder een galg gestaan, maar voor zover bekend is deze galg nooit gebruikt. Aan een andere galg, in de buurt van het bos geplaatst, zijn in het najaar van 1943 ter dood veroordeelde Belgen opgehangen. Terechtstellingen in het openbaar, zoals van na de vlucht gepakte gevangenen in andere kampen, zijn er in kamp Vught niet geweest. Van gaskamers was in Vught geen sprake.

In Kamp Vught werden tijdens de Tweede Wereldoorlog ruim dertigduizend mensen geïnterneerd. De helft hiervan waren joden, daarnaast werd Vught gebruikt om verzetsstrijders, politieke gevangen, zigeuners, homoseksuelen, Jehova getuigen en zwarthandelaren op te sluiten. In Vught kwamen ongeveer 750 mensen om het leven, ruim 300 hiervan werden geëxecuteerd.

P.D.A. (Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort) De eerste groep van tweehonderdvijftig gevangenen was afkomstig uit het PDA: het Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort. Drie dagen later, op 16 januari 1943, arriveerden nog eens duizend mensen. Ze strompelden van het station Vught naar het kamp. Ooggetuigen spreken van een groep afgebeulde en ondervoede mannen. Desondanks kregen zij de taak zelf hun barakken te bouwen

Iedere gevangene kreeg een kampnummer.
Later meer informatie wat betreft hun rol.

Dhr. Ties van esch bracht pakketjes naar het kamp tijdens WO II.

De paketten met name van het rode kruis werden door Charlotte van Beuningen en hulp gereed gemaakt op Huize Bergen voor de gevangen van Kamp Vught.

Zuster Hulsman, bekend o.a. door haar uitspraak: 'Schiet mij maar dood ik ben toch niet getrouwd'.

Op 22 september 1944 werd het kamp overgedragen aan zuster Hulsman van het Rode kruis. Vanaf dat moment was zij de baas. Hier het document waar dat in beschreven staat.

Kort na de bevrijding van Brabant bracht prins Bernhard als bevelhebber van de Nederlandse strijdkrachten een bezoek aan het ontruimde kamp. Hier staat hij bij de galg die de Duitsers hadden achtergelaten.

Na het verbarnden van de lijken werd het as op deze plaats gestrooid.

In de laatste Oorlogsjaren (1945) bood het kamp onderdak aan geëvacueerde duitsers. Hier de kampleiding. Gerhard Oertel, G. Ling en Hermann Steinrötter

Overlijden van een kapelaan, tijdens een fussilade in september 1944 in kamp vught.

Uitgegeven door de Hauptabteilung Wirtschaft. Vrijstelling om te mogen blijven werken. In dit geval de rijwielhandel van Gerrit Tomassen.

Een bewijs van een Duitse vordering van gasoline. 1400 liter met een waarde van 252 gulden. Dit werd gevorderd door de Weermacht.

Na het overlijden kreeg men een papiertje waarop de gegevens van de overledene moesten worden ingevuld. Tevens moesten de nog overige bonnen ingeleverd worden.

In het kamp in Vught was een werkplaats, waar voor Philips producten werden gemaakt. De directie van Philips besloot pas na lange aarzeling mee te werken aan deze werkplaats. Bovendien probeerde Philips de situatie van de gevangen te verbeteren. Ruim drieduizend gevangenen, hebben kortere of langere tijd deel uitgemaakt van het in Vught werkzame Philips-Kommando. Deze gevangenen maakten onder meer radiotoestellen, knijpkatten en scheerapparaten.

Geboren op 07-02-1918,. omgebracht op 23-01-1943 in kamp Vught. 25 jaar geworden.

Was van september 1943 tot 1 juli 1944 SS-Oberaufseherin in het kamp Vught en als hoofd van de Afdeling voor Vrouwelijke Gevangenen werkzaam.

Margaretha Maria Gallinat, geboren op 16-10-1894 te Ragnitz. Net na de oorlog gedetineerd in het Huis van Bewaring te 's Hertogenbosch. Was van september 1943 tot 1 juli 1944 S.S. Oberaufseherin in het kamp Vught en werkzaam als hoofd van de Afdeling voor vrouwelijke gevangenen.Verdacht van: Mishandeling van vrouwen en was betrokken bij het bunkergeval, waarbij meerdere vrouwen werden gedood.

Geboren te Danzig 18 januari 1891, kwam in juli 1943 als SS-Untersturmführer in kamp Vught en was adjudant van kampkommandant Chmielewski. Op 20 oktober 1943 ging hij naar het Oostfront.

Geboren op 14-01-1907 te Preetz. Tijdens de Duitse bezetting "Beauftragte" voor de Provincie Noord-Brabant. Hier gedetineerd in de Strafgevangenis te Vught.

In 1942,als chauffeur naar kamp Amersfoort gegaan en eind Febr. 1943 naar kamp Vught. Had in kamp Vught toezicht over de gevangenen in diverse werkplaatsen (Philips enz.) In Augustus 1943 naar Italië gegaan en aldaar gevangen genomen. Zijn rang was SS Untersturmführer.

Enige maanden na de bevrijding namen de Canadezen hun plek in het ontruimde kamp.

Toen in september 1944 het zuiden van Nederland werd bevrijd, kwamen de meeste gevangenen in Kamp Vught vrij. De geallieerden namen het kamp in gebruik om Duitsers, collaborateurs en oorlogsmisdadigers op te sluiten in afwachting van hun proces.Tegenwoordig is op een deel van het terrein van het voorlopige Kamp Vught het Nationaal Monument Kamp Vught gevestigd.

Hendrik Alting en Jantje Alting-Buls en hun twee zonen. Hendrik geboren 03-01-1905, overleden op 09-02-1943 in kamp Vught. 38 jaar geworden.

Geboren: 04-07-1904, omgekomen in kamp Vught op 16-01-1944. 40 jaar geworden.

Geboren op 06-08-1896, omgebracht in kamp Vught op 19-02-1943. 47 jaar geworden.

Het ruimen van het kamp was in volle gang, een deel ging op transport anderen werden geexecuteerd. Tien dagen later zou het dolle dinsdag zijn.

Adam Grünewald, de tweede commandant van Kamp Vught, verantwoordelijk voor het zogenaamde 'Bunkerdrama'. ' later gesneuveld aan het Russische front.

Oberscharführer op 1 Mrt. 1943 naar het kamp Vught gekomen en deed dienst als hoofd der Hondenafdeling. Op 1 Sept. 1944 naar Hamburg gegaan.

Op 15 November 1941 gekozen als SS Rotteführer in kamp Amersfoort, behorende tot de Stabscompagnie van het wachtbataljon Nord West en deed dienst als Blokführer. Op 19 Mrt. 1943 naar kamp Vught tot midden Sept. 1944 daarna naar Oranienburg. In kamp Vught was hij belast met het toezicht houden over gevangenen in de Philipsafdeling. Later het toezicht over het rein houden van het kamp. In Apr. 1944 in de bunker (gevangenis) van het kamp tot Juli 1944 toen de gevangenis overgenomen werd door het SD Lager uit Scheveningen. In kamp Vught had hij de rang van SS Oberscharführer.

SS Rottenführer vanaf 11 Nov. 1941 tot Aug. 1943 tot Sept. 1944 als SS Rottenführer in kamp Vught, ingedeeld bij de Commando-staf, alwaar toezicht over het Philips-commando. Daarna ingedeeld bij de SS Division Niederlanden te Hoogeveen.

Op 15 januari worden vierenzeventig vrouwen voor straf opgesloten in een zeer kleine cel. ´de bunker´, de cellulaire gevangenis op het kampterrein. Ze hadden zich solidair verklaard met de vrouw die een andere vrouwelijke gevangene, een verraadster, had aangevallen en die daardoor door de kampleiding werd bestraft. De celdeur blijft veertien uur onafgebroken dicht. In de ochtend van 16 januari blijken tien vrouwen de marteling niet te hebben overleefd. Ze komen door verstikking om het leven. Die maand sterven daarnaast nog eens negen mensen. Van twee van hen heet het dat zij ´auf der Flucht erschossen´zijn. Die aanduiding wordt door de kampleiding even zo vaak voor werkelijke vluchtpogingen gebruikt, als voor macabere ´spelletjes´van de bewakers.

Kamp Vught was tijdens de Tweede Wereldoorlog het enige SS-concentratiekamp buiten Duitsland. De SS had behoefte aan ruimte omdat de doorgangskampen in Amersfoort en Westerbork de toenemende stroom gevangenen niet meer konden verwerken. In tegenstelling tot andere ‘buitenlandse’ kampen werd kamp Vught opgezet naar het model van andere kampen in nazi-Duitsland. Het kamp viel ook rechtstreeks onder commando van het SS-hoofdkantoor in Berlijn.

Door Hitler’s Niedermachungsbefehl (het bevel van 30 juli 1944 om de rechtspraak tegenover saboteurs te laten vervallen, een bevel dat door Erich Deppner, chef van de afdeling Gegnerbekämpfung van BdS in Den Haag werd opgevolgd), konden zij zonder enige vorm van rechtspraak ter dood worden gebracht.

De meeste gefusilleerde waren op 6 juni 1944, de dag van de invasie in Normandië, met een groep van rond 1500 gevangenen uit de gevangenis in Scheveningen naar Vught gebracht. Zij hadden streng geïsoleerd in het zogenaamde SD-Lager en in de Bunker gezeten, in afwachting van berechting.

De eerste jaren na de oorlog stond er nog geen muur met de namen van de slachtoffers, er was enkel een berg zand en een houten kruis op de fussiladeplaats. De fusilladeplaats, op de tweede lunet, ligt even buiten het kamp. Op het monument op de fusilladeplaats staan de namen van 317 mannen die hier zijn doodgeschoten. Onder hen waren de leden van de zogenaamde Trouw- groep, die door een Polizeigericht in de Polizeigefängnis Haaren (gelegen in de buurt van Vught) ter dood waren veroordeeld. Op het monument vindt men niet de namen van een veertigtal Belgen, afkomstig van het kamp Breendonk bij Antwerpen, die hier mogelijk wel gefusilleerd waren.

Herdenking op de fussilade plaats ( 2e lunet) in het bijzijn van H.M. koningin Wilhelmina.

12-12-1947 prinses Juliana en burgemeester van Rijkevorsel.

Na de opstand in België liet Koning Willem II onder 's Hertogenbosch Lunetten aanleggen. Deze kwamen o.a. in Vught. De meest bekende is later Lunet II geworden omdat deze gebruikt werd voor het fussileren van gevangen gedurende WO II.

Het houten kruis werd door Van der Pas en Van Laarhoven getimmerd. Bij haar eerste bezoek aan deze plek gaf koninging Wilhelmina te kennen, dat het kruis moest blijven staan. Later werd in een eenvoudig monument de namen van de gevallen gebeiteld. Foto toont een plechtige herdenking."

Omdat kamp Vught geen vernietigingskamp waren er geen gaskamers. Maar er was wel een fusilladeplaats, en een galg. De fusilladeplaats is ongeveer een half uur lopen, van het kamp. Als gevangenen werden veroordeeld tot de doodstraf, moesten ze daar heen lopen en dan voor een kuil gaan staan. Als ze dan werden doodgeschoten, vielen ze in de kuil. Als in augustus en september het leger van de geallieerden steeds dichterbij komt. Geeft Hitler een nieuw bevel. Verdachten van verzetacties mogen meteen de doodstraf krijgen. Zonder eerst naar een rechter te hoeven. Vanuit verschillende gevangenen worden verzetsmensen naar Vught gebracht en hier vermoord. De wachters van de wachttorens, (de Nederlandse SS) moesten toen die gevangenen gaan ombrengen. In totaal zijn er 329 gevangenen vermoord. Als je de fusilladeplaats in komt, moet je eerst langs een hek.

Duitse krijgsgevangenen in het onder toezicht van de Canadezen staande deel van het kamp in juni 1945.

Het Sterbebuch. Vanaf het ogenblik dat het kamp Vught zijn eerste gevangenen insloot, werd er een ´Deutsche Standesbeamte´in Vught geplaatst, een beambte van de Duitse burgelijke stand. Hij moest van iedere gevangene die stierf met grote nauwkeurigheid naam, laatste adres, datum en uur van overlijden noteren, en de geboorte datum en plaats, de namen van vader en moeder en zelfs eventueel de naam en voornaam van echtgenoot of echtgenote. Een deel van de gegevens kwam ongetwijfeld uit de administratie van de Kommandantur, waar iedere gevangene bij binnenkomst zo volledig mogelijk werd geadministreerd.. Het blad waarop de Standesbeambte zijn gegevens noteerde heet een ´Beurkundung´ (een akte.) Het boek waarin deze akten losbladig zijn samengevoegd : ‘Das Sterbebuch’. Zowel over het jaar 1943 als over 1944 zijn niet alle akten bewaard gebleven. Maar op de boeken bestaat een index, waarop alle namen alfabetisch voorkomen. Deze namen werden allen gecontroleerd. Achteraf bleek dat welhaast een onmogelijke opgave. Tientallen namen behoren toe aan mannen en vrouwen die nooit in Vught gevangen zijn geweest maar die allen in Westerbork of in Amersfoort zijn gestorven. Een verklaring hiervoor is te vinden in het archief van de gemeente Leusden. Hier bevind zich een schrijven van 29 januari 1944, waarin gemeld wordt dat met ingang van 3 december 1943 is bepaald dat een Duitsche ambtenaar van den burgelijke stand wordt aangesteld voor het concentratiekamp ’s Hertogenbosch te Vught., voor de kampen Haaren, st. Michielsgestel en Westerbork alsmede voor de uitgebreide politiegevangenis Amersfoort.

Fanny Philips was twintig jaar toen ze werd vermoord. In 1943 vertrok ze samen met haar ouders, broer en zus vanuit 's Hertogenbosch per bus naar Westerbork. Op zeventien september van dat jaar werd ze, samen met duizenden andere Joden, in Auschwitz vergast. Fanny Philips was een joods meisje uit Vught, dat tussen 1942 en 1943 brieven schreef aan haar vriendin Ans Schreurs. Fanny's vriendin heeft de brieven ruim zestig jaar bewaard. Het is een bijzondere collectie brieven die vanuit het perspectief van de vriendinnen de jodenvervolging in de regio 's-Hertogenbosch belicht.

In acht werkbarakken van het concentratiekamp waren ongeveer vijfhonderd gevangenen ingeschakeld bij het luftwaffen-kommando. Daar wwerden in Nederland neergeschoten Duitse, Engelse en Amerkaanse vliegtuigen gesloopt.

Hier de onthulling van het gedenkraam voor het Nederlandse Rode kruis in gemeentehuis Leeuwensteijn.

Hier werd sektie op de lijken verricht waarna ze met een brandende vloeistof werden ingespoten zodat de lichamen sneller zouden verbranden.
Door Beau i.s.m kamp-vught.expertpagina.nl
Hosting en scripting door: MPlay.nl
Er staan 26 links op deze pagina.
Opmerkingen of suggesties?